Terug naar nieuws

Halverwege augustus 2026 kleurde de kaart van Nederland dieprood. Vanaf dinsdag 11 augustus liepen de temperaturen in grote delen van het land op tot boven de dertig graden, en overal gebeurde hetzelfde: gemeenten en inzamelaars activeerden hun hitteprotocol voor de afvalinzameling. Vuilniswagens reden een uur eerder uit, milieustraten sloten vroeger en inwoners kregen het verzoek hun containers de avond ervoor al buiten te zetten. Wie de gemeentelijke nieuwspagina's van die week naast elkaar legt, ziet geen incident maar een patroon. En dat patroon zegt iets over hoe toekomstbestendig onze inzamelstructuur eigenlijk is.

Wat er in de week van 11 augustus gebeurde

Het rijtje gemeenten dat de inzameling aanpaste, is opvallend lang. Land van Cuijk liet de wagens op 12, 13 en 14 augustus om 6.00 uur in plaats van 7.00 uur starten. Boekel deed exact hetzelfde. In Maashorst gold het aangepaste rooster zelfs van dinsdag tot en met zaterdag, met een starttijd van 6.30 uur. Peel en Maas vervroegde naast de inzameling ook de openingstijden van het Milieupark, en Altena paste zowel de routes als de milieustations aan.

Hetzelfde beeld in de Randstad en daarbuiten. In Zuidplas werkte de buitendienst onder het hitteprotocol van 6.00 tot 14.00 uur. In De Langstraat ging het afval eerder de wagen in, in de regio Deurne werd de milieustraat korter geopend en in Den Haag gingen de vuilniswagens opnieuw eerder op pad. Regionale inzamelaars riepen het hitteprotocol breed uit. De reden is steeds dezelfde: beladers en chauffeurs doen fysiek zwaar werk en moeten uit de middaghitte blijven, terwijl het afval zelf bij deze temperaturen sneller gaat broeien en stinken.

Eén hete week en tientallen gemeenten moeten hun complete inzamellogistiek omgooien. Dat is geen incident, dat is een structurele kwetsbaarheid.

Waarom hitte en afval zo'n slechte combinatie zijn

Het probleem zit niet alleen bij de mensen op de wagen. Afval zelf gedraagt zich anders bij dertig graden. Vooral gft breekt in de zon razendsnel af, met stankoverlast en maden als gevolg. Voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal adviseert huishoudens daarom nat afval eerst uit te laten lekken, vlees- en visresten in papier te wikkelen en de bak in de schaduw te zetten. Inzamelaar RAD publiceerde deze zomer vergelijkbare warmweertips voor gft, pmd en restafval. En Purmerend ging nog een stap verder: daar wordt de gft-container in de zomermaanden simpelweg vaker geleegd, met alle extra inzamelkosten van dien.

Daar komt een minder zichtbaar risico bij. Hoge temperaturen vergroten de kans dat beschadigde lithium-ion batterijen in het afval thermisch op hol slaan. In een broeiende afvalmassa is dat extra gevaarlijk, zoals we eerder beschreven in ons artikel over batterijbranden in de afvalinzameling. Hitte is dus niet alleen een arbo-vraagstuk en een hygiëneprobleem, maar ook een veiligheidsrisico in de keten.

De structurele les: ondergronds heeft geen hitteprotocol nodig

Al deze maatregelen hebben één ding gemeen: het zijn noodverbanden rond een inzamelmodel dat afval bovengronds laat staan, in de zon, in zakken en minicontainers, wachtend op een vaste ophaaldag. Precies daar wringt het bij hitte. Een ondergrondse container werkt fundamenteel anders. Enkele meters onder het maaiveld blijft de temperatuur ook tijdens een hittegolf relatief laag en stabiel, waardoor afval veel langzamer broeit en stinkt. Er staan geen zakken op straat die opengetrokken worden door meeuwen of ratten, en de grote opslagcapaciteit betekent dat een gemiste of verschoven inzameldag niet meteen tot overlast leidt.

Ook de logistieke kant verandert. Waar een huis-aan-huisroute op een vaste dag moet rijden, hoe heet het ook is, wordt een netwerk van ondergrondse containers geleegd op het moment dat het nodig is. Met vulgraadsensoren en een beheerplatform zoals B-Organized zien beheerders precies welke containers vol raken. Ledigingsroutes kunnen dan in de koele ochtenduren worden gepland, met minder ritten en minder uren in de hitte voor het personeel. Zo wordt het hitteprotocol geen paniekmaatregel meer, maar een kwestie van slim plannen met data.

Enkele meters onder het maaiveld is het ook tijdens een hittegolf koel en stabiel. Het afval broeit langzamer, de straat blijft schoon en de planning blijft overeind.

Hitte wordt de norm, niet de uitzondering

Wie denkt dat dit een eenmalige zomer was, kijkt er naast. Uit de hittegolvenlijst van het KNMI blijkt dat hittegolven in De Bilt de afgelopen decennia duidelijk vaker voorkomen dan in de eerste helft van de vorige eeuw. Het KNMI legt in zijn uitleg over hittegolven uit dat vijf zomerse dagen op rij, waarvan drie tropisch, de drempel vormen. Die drempel wordt in het huidige klimaat steeds makkelijker gehaald. Voor gemeenten betekent dit dat aangepaste inzameltijden, extra ledigingen en klachten over stank geen uitzonderlijke kostenpost meer zijn, maar een jaarlijks terugkerende post op de begroting.

De vraag voor beleidsmakers is dan ook niet of de inzameling hittebestendig moet worden, maar hoe. Gemeenten die toch al voor keuzes staan rond vervanging van inzamelmiddelen, verdichting van wijken of een nieuw afvalbeleidsplan, doen er verstandig aan klimaatbestendigheid expliciet mee te wegen. Ondergrondse inzameling scoort daarin op drie fronten tegelijk: minder hinder voor inwoners, betere arbeidsomstandigheden voor inzamelaars en een planning die niet omvalt bij het eerste weeralarm. Lees meer over onze aanpak van het plaatsen van inzamelmiddelen en het beheer en onderhoud van ondergrondse containers, of verdiep je in afvalinzameling en management.


Hoe B-Advice helpt

Klaar voor de volgende hete zomer?

B-Advice adviseert gemeenten over hittebestendige, ondergrondse afvalinfrastructuur: van locatiekeuze en plaatsing tot datagestuurd beheer met B-Organized.

Neem contact op