De manier waarop Nederland zijn huishoudelijk afval inzamelt, schuift dit jaar duidelijk een richting op. Gemeenten kiezen massaal voor inzameling op afstand, waarbij inwoners hun afval naar een vaste verzamelplek in de buurt brengen in plaats van het aan de stoeprand aan te bieden. Ondergrondse containers vormen daarbij het kloppend hart van het systeem. Toch is het geen kwestie van overal simpelweg meer containers bijplaatsen. Achter de schermen wordt het hele containerpark opnieuw doordacht.
Het einde van de oranje container
Een deel van die verschuiving komt voort uit nieuwe landelijke afspraken over verpakkingsafval. Sinds begin dit jaar gelden er andere regels voor de inzameling van plastic, blik en drankkartons. De inzameling van dit zogenoemde PMD via verzamelcontainers in de openbare ruimte wordt afgebouwd, vooral op plekken waar de kwaliteit van het ingezamelde materiaal tegenvalt. Te veel vervuiling zorgde er namelijk voor dat hele vrachten niet goed te recyclen waren. Voor gemeenten betekent dit dat de bekende oranje containers de komende periode verdwijnen of een andere functie krijgen.
Tegelijkertijd groeit het aantal ondergrondse containers voor restafval, papier en glas juist hard. In binnensteden en dichtbebouwde wijken vervangen ze de oude bovengrondse exemplaren, die meer ruimte innemen en het straatbeeld rommeliger maken. De ondergrondse variant valt nauwelijks op, biedt meer capaciteit en past beter bij een aantrekkelijke openbare ruimte. Het is dan ook logisch dat steeds meer gemeenten deze stap zetten.
Diftar als versneller
De drijvende kracht achter veel van deze keuzes is de invoering van een variabel tarief, in de praktijk vaak diftar genoemd. Het principe is eenvoudig: wie minder restafval aanbiedt, betaalt minder. Inwoners worden zo gestimuleerd om hun afval beter te scheiden. De resultaten daarvan zijn inmiddels goed zichtbaar in cijfers. Gemeenten die hiermee werken houden gemiddeld fors minder restafval over en zijn voordeliger uit op hun totale afvalbeheer. Een ondergrondse restafvalcontainer met een toegangssysteem en een sensor die de vulgraad meet, sluit naadloos aan op die werkwijze.
De uitvoering: meer dan een gat graven
Voor de uitvoering is dit echter geen kleine opgave. Elke locatie moet apart beoordeeld worden, betonputten moeten worden geplaatst en bestaande voorzieningen omgebouwd of weggehaald. De ondergrond speelt daarbij een hoofdrol. Kabels, leidingen en in oude stadskernen soms zelfs archeologische resten bepalen mee of een plek geschikt is. Wie hier vooraf niet goed naar kijkt, loopt tijdens de uitvoering tegen vertraging en extra kosten aan.
Een doordachte infrastructuur betaalt zich terug in een afvalsysteem dat schoner, efficiënter en klaar voor de toekomst is.
- Onderbouwd locatieplan per containerlocatie
- Inzicht in ondergrondse obstakels via proefsleuven en KLIC-melding
- Realistische planning inclusief vergunningstraject
- Afstemming met netbeheerders en gemeente
- Bewonersparticipatie vroeg in het proces
Juist daarom is een gedegen voorbereiding doorslaggevend. Een onderbouwd locatieplan, inzicht in wat zich onder de grond bevindt en een realistische planning maken het verschil tussen een soepel project en een hoop gedoe. Voor gemeenten die hun inzameling de komende jaren willen vernieuwen, is dit het moment om die basis op orde te brengen.
Klaar voor het kantelpunt
Van locatieonderzoek tot begeleiding bij plaatsing — wij zorgen dat uw gemeente goed voorbereid de omschakeling maakt.