Terwijl gemeenten volop bezig zijn met de overstap naar bron- of nascheiding en de gevolgen van de PPWR, kondigde het kabinet een maatregel aan die de financiële urgentie van afvalreductie flink vergroot: een forse verhoging van de afvalstoffenbelasting. Voor gemeenten betekent dit dat restafval de komende jaren aanmerkelijk duurder wordt om te verwerken — met directe gevolgen voor de afvalstoffenheffing van inwoners.
In dit artikel zetten we de cijfers op een rij, leggen we uit waarom de impact per gemeente verschilt en bespreken we waarom minder restafval per inwoner vanaf nu niet alleen een duurzaamheidsdoel is, maar ook een directe kostenbesparing.
Wat het kabinet precies heeft aangekondigd
Het kabinet verhoogt zowel de afvalstoffenbelasting als de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties. De afvalstoffenbelasting stijgt van €39,71 per 1.000 kilo in 2025 naar €90,21 per 1.000 kilo in 2028 — meer dan een verdubbeling. Vanaf 2035 loopt het tarief verder op naar €113,81 per 1.000 kilo. Samen leveren beide maatregelen de rijksoverheid structureel minimaal €567 miljoen aan belastinginkomsten per jaar op.
Wat vandaag nog restafval is, wordt de komende jaren stap voor stap duurder om kwijt te raken dan de meeste gemeenten gewend zijn.
Wanneer wordt het voelbaar?
De lastenverzwaring is niet in één keer voelbaar, maar loopt gefaseerd op. Vanaf 2027 merken gemeenten de eerste effecten, waarna de kosten stapsgewijs toenemen tot het structurele niveau van €567 miljoen per jaar in 2030. Voor gemeentelijke begrotingen betekent dit dat de kostprijs van restafvalverwerking in korte tijd fors verandert, terwijl veel bestaande verwerkingscontracten daar niet automatisch op zijn ingericht.
Waarom de impact per gemeente verschilt
Niet elke gemeente wordt even hard geraakt. De financiële gevolgen hangen sterk af van twee factoren.
- Restafval per inwoner. Gemeenten die er al in slagen om restafval laag te houden, worden verhoudingsgewijs minder hard geraakt dan gemeenten met een hoge hoeveelheid restafval per inwoner.
- Bestaande verwerkingscontracten. Gemeenten met langlopende contracten waarin de verhoging niet is verdisconteerd, lopen het risico dat de kosten later in één keer worden doorbelast.
- Mate van scheiding aan de bron. Hoe meer PMD, gft, papier en textiel al gescheiden worden aangeboden, hoe kleiner de restafvalstroom die tegen het nieuwe, hogere tarief wordt verbrand.
Kritiek: risico voor circulariteit
De maatregel is niet onomstreden. Politieke partijen in de Tweede Kamer hebben kritiek geuit op de manier waarop de lasten van deze belastingverhoging bij de afvalsector en daarmee bij gemeenten en burgers terechtkomen. De zorg is dat een generieke lastenverzwaring niet automatisch tot minder restafval leidt, maar vooral tot hogere woonlasten — tenzij gemeenten hun infrastructuur ook daadwerkelijk aanpassen om restafval te verminderen.
Wat dit betekent voor de inzamelinfrastructuur
Voor gemeenten die hun ondergrondse containersysteem beheren of vernieuwen, verschuift het financiële argument voor restafvalreductie van "wenselijk" naar "urgent". Instrumenten die eerder vooral als duurzaamheidsmaatregel golden, worden nu ook een directe kostenpost-beperking:
- Diftar, waarbij inwoners op basis van geregistreerd gebruik betalen, stimuleert direct minder restafval aan te bieden en meer te scheiden.
- Omgekeerd inzamelen verlaagt de drempel voor het scheiden van grondstoffen en verhoogt de drempel voor restafval.
- Vulgraadsensoren en goed gepositioneerde ondergrondse containers voor PMD, papier, glas en textiel maken scheiden voor inwoners laagdrempeliger, wat de restafvalstroom direct verkleint.
Gemeenten die deze instrumenten al hebben ingevoerd, staan er financieel gunstiger voor zodra de nieuwe tarieven vanaf 2027 doorwerken. Gemeenten die dit nog moeten inrichten, doen er goed aan de businesscase voor uitbreiding van hun ondergrondse infrastructuur nu te herzien met de nieuwe verbrandingskosten als uitgangspunt.
Conclusie
De aangekondigde verhoging van de afvalstoffenbelasting maakt restafvalreductie tot een van de belangrijkste financiële hefbomen voor gemeenten richting 2028 en verder. Wie nu investeert in een infrastructuur die scheiden vergemakkelijkt en restafval registreert, beperkt de impact van de hogere verbrandingskosten aanzienlijk voordat deze in 2027 en 2030 volledig doorwerken.
Lees meer over het meerjaren investeringsplan voor uw containerpark of bekijk onze andere nieuwsartikelen.
Grip op restafvalkosten via een toekomstbestendige infrastructuur
B-Advice helpt gemeenten de businesscase voor hun ondergrondse containersysteem te herzien, met de stijgende verwerkingskosten van restafval als uitgangspunt.